Naar de lokale tradities op het eiland Sumba moeten leden van de Ata-stam de meesters van de Maramba-stam generaties lang dienen. Bij hun dood worden ze begraven bij hun meesters. Terwijl de lokale activist Jeremy Kewuan onderzoek doet naar een geval van mensenhandel, ontmoet hij een Maramba sjamaan, die sterk gelooft in zijn geërfde rechten om slaven te hebben.
Bij die ontmoeting komt ook een achtjarig meisje naar voren dat als slaaf gehouden wordt. Met behulp van een voormalige slaaf en door een groot aantal confrontaties met slaveneigenaren, stammenleiders en zijn eigen overtuigingen, weet Jeremy uiteindelijk de vrijheid te verzekeren voor het jonge meisje. Een kleine overwinning in de aanhoudende strijd tegen misbruik, terwijl de koningin van het eiland nog steeds honderden slaven heeft.